Postzegels
De milieuvriendelijke postzegels van de TNT (over "groen denken, groen doen"), die al sinds 2008 in omloop zijn, vielen me altijd al op vanwege het design, dat vrolijk en naïef is. Ze blijken gemaakt te zijn door de Designpolitie.
De ontwerpers kozen voor een iconografische stijl. Daarmee ontdoen ze de voorstelling van alle bijzaken, zodat je de kern overhoudt. Soms is dat ook ingegeven door het onderwerp. Een roetfilter, bijvoorbeeld, is nauwelijks herkenbaar weer te geven. Het ziet er min of meer uit als een buis; de technologie zit aan de binnenkant. De ontwerpers hebben zich daarom meer gericht op het milieu-effect van de roetfilter: uit de uitlaat komt geen rook, maar er zweven bloemetjes uit omhoog. De roetfilter zelf is als woord weergegeven, als een soort firmanaam op de wagen.

Met de afbeelding van ‘milieu-iconen’ zochten de makers naar toegankelijke associaties. Een goed voorbeeld daarvan is de postzegel over groene stroom. Dit is een verzamelnaam voor energie die op duurzame wijze wordt opgewekt, uit onuitputtelijke energiebronnen zoals wind, zon, waterkracht en biomassa. Kortom, een samengesteld begrip waarover veel te vertellen is. De ontwerpers beeldden op de postzegel het woord GROEN af, waarvan de laatste letter uitloopt in een stukje snoer met een stekker. Een eenvoudiger uitbeelding is nauwelijks denkbaar.
De belettering is gezet in het lettertype Block Berthold, passend bij de illustraties die eveneens blokachtig van karakter zijn. Ze geven de illustraties een 'getekende' uitstraling, die past bij de imperfecte vormen van het font."
Albatros plastic
In het Foam magazine stonden merkwaardige foto's van albatroslijken, gemaakt door Chris Jordan. De lijken zijn uiteengevallen en tonen een maaginhoud vol plastic. In zulke vrolijke kleuren dat het bijna geënsceneerd lijkt. Jordan trof dit aan ergens op een atol midden in de Stille Ocean.
Jordan, bekend om zijn fotografisch werk over massa-consumptie, verspilling en afval, wilde in eerste instantie een fenomeen fotograferen dat in 1997 werd ontdekt in de Stille Ocean. Een drijvende plastic vuilnisbelt ter grootte van tweemaal de staat Texas. Omdat het vuil niet goed zichtbaar is, maar onder het wateroppervlak zweeft en bestaat uit hele kleine deeltjes bleek het lastig daar een pakkend beeld van te maken.
Een betere illustratie van het plastic probleem trof hij aan bij een albatroskolonie op de naburige kleine eilandengroep Midway.

Een vraag die automatisch bij je opkomt bij het zien van de foto's is: Hoe komen die vogels nou zo dom om dat plastic op te eten? Het navrante is dat ze dat niet zelf doen, maar dat ze worden gevoerd door hun ouders. Albatrosjongen blijven heel lang op het nest; maandenlang worden ze gevoerd door hun ouders. De volwassen albatrossen eten zelf grote vissen, maar voor hun jongen zoeken ze naar kleine, gekleurde krabbetjes en gekleurde visjes. En die menen ze te zien als ze een dopje tegenkomen. Ze pikken het op, bewaren het in hun krop en geven het op land aan hun jong. Het jong raakt al snel verzadigd, want zo’n dopje geeft een lekker vol gevoel, en dat blijft zo. Ze hebben geen honger meer, bedelen dus niet meer en verhongeren uiteindelijk. Andere vogels bedelen wel door en verzamelen een onwaarschijnlijke hoeveelheid plastic in hun maag. De albatros is nog geen bedreigde soort, maar de sterfte is wel enorm sterk toegenomen.